"Catootjes konijntjes"

 

           

 

3  

Bron:NHDC-clubblad augustus 2004

Uit hetClubblad,NHDC Juli1983

De kop van de Nederlandse Hangoordwerg

Geschreven door wijlen onze oud erevoorzitter Adr. de Cock en grondlegger van de Nederlandse Hangoor Dwerg

Gaarne voldoe ik aan het verzoek van onze clubsecretaris dhr Smelser om voor ons clubblad een artikeltje te schrijven over onze hangoor dwerg. Hoewel ook andere onderdelen zoals lichaamsvorm, benen etc een belangrijke rol spelen bij de beoordeling wil ik het nu een speciaal hebben over de kop en oren, omdat die de kwaliteit van het dier voor een groot gedeelte bepalen, niet alleen voor de keurmeester, maar ook voor de fokker bij het samenstellen van de fokparen. In de standaard wordt over de kop gezegd dat deze "sterk ontwikkelt moet zijn, breed tussen de ogen met sterk ontwikkelde wangen en snuit. Het neusbeen dient rond te zijn". Dat is kort en bondig maar er is heel veel meer over de kop te zeggen. Voordat ik echter deze beschrijving ga defini๋ren wil ik er op wijzen dat de standaard ook zegt dat de NHD in alle opzichten zoveel mogelijk overeen moet komen met de Franse Hangoor. In bepaald opzicht is dit juist en we kunnen de Franse Hangoor als het grote voorbeeld voor onze dwerg blijven beschouwen, maar toch geeft de kop van de NHD een andere indruk, het heeft een zachtere en levendige uitdrukking en straalt iets jeugdigs uit. Het is aan elke dwerg eigen, onverschillig van welke diersoort, dat bepaalde algemene jeugdige kenmerken blijven bestaan terwijl het diertje geslachtelijk reeds volwassen is. Men noemt dit verschijnsel in de wetenschap neotenie. Hierin zit het grote verschil met de Franse Hangoor en deze karakteristieke eigenschap zouden we bij onze dwerg niet gaarne missen. De uitdrukking van de ogen moet zacht en vriendelijk zijn; elke vorm van agressiviteit dient de dwerg vreemd te zijn. Met agressieve dieren moet men dan ook zeker niet verder fokken. Onze dwerg wordt veel gezocht als troeteldiertje laten we er voor zorgen dat hij deze naam ook waard is: troeteldiertjes mogen niet agressief zijn. Ik denk dat juist het zachte en aanhankelijke karakter van onze dwerg aanzienlijk heeft bijgedragen tot zijn grote populariteit.

Er wordt ook wel beweerd, dat het kopje van de NHD een Polenkopje is met hangende oren maar dat is een vergissing. In grote lijnen heeft de vorm van de kop bij beide rassen wel overeenkomst maar is er een groot

 

verschil in de ligging van de ogen bij beide dieren. Bij het pooltje zijn de ogen groot en uitspringend en dat is nu juist niet het geval bij de NHD, want bij deze zijn de ogen normaal van formaat en lijken eerder iets diep in de oogkassen te liggen. Dat is echter maar schijn en een gevolg van de kussentjes op de schedel juist boven de ogen waardoor de breedte van de schedel nog wordt vergroot. Men kan deze verhevenheden voelen als men met de vingers over de schedel strijkt. Wanner men van boven op de kop kijkt dan moet men de ogen niet kunnen zien. Van de kop zou ik verder willen zeggen, hoe ronder hoe beter. Dat betekent dat de kop kort en breed is, het breedst tussen de ogen, maar ook breed in snuit en kaken. De breedte van de schedel is belangrijk vooral aan de basis van de oren want slechts dan is het mogelijk dat de oren verticaal omlaag hangen terwijl ze bij een smalle schede van de kop afstaan en schuin omlaag hangen.

Het neusbeen moet gebogen zijn, hoe meer hoe beter. Dat laat nogal eens te wensen over, het is vaak te plat. Soms bevindt zich op 1 a 1.5cm vanaf de neuspunt een inkeping. Dat is een fout die erfelijk is en de fokkers dienen hier aandacht aan te besteden, want het is een lelijke fout die de voorhoofdsbelijning breekt en het lijkt dan wel of het snuitje aan de kop zit vastgeplakt. De kronen die op de keper beschouwd niets anders zijn dan de door de neerhangende oren omgebogen oorwortels, moeten goed gerond en niet te spits zijn; tussen de beide oren bevindt zich een geringe uitholling. De oren moet vlezig zijn, breed aan de basis en met een brede schelp. Oren die dun van structuur zijn, zijn gewoonlijk smal en niet bol aan de rugzijde maar tonen min of meer een vouw over de lengte van het oor. Tengevolge daarvan hebben de oren een min of meer hoekige in plaats van geronde vorm aan de rugzijde. Zulke oren hebben ook vaak de neiging om met de opening naar voren gekeerd gedragen te worden in plaats van naar de kopzijde. Bij de NHD moet elk deel van de kop een ronde vorm hebben, de schedel, de snuit, de wangen, de kronen.en de rugzijde van de oren. Mogelijk kunnen bijgevoegde tekeningen het een en ander verduidelijken.Tekening 1 vertoont een ideale kop van voren gezien. Tekening 2 het ideale beeld van terzijde gezien. Tekening 3 geeft een kop te zien waar nogal wat aan mankeert. Het is te smal en de snuit is te lang en te spits. De kronen zijn wel goed ontwikkeld maarte spits van vorm. De oren zijn te smal van vorm en te fijn van structuur; er loopt een vouw over de hele lengte van het oor, Tekening 4 toont een redelijke goede kop maar heeft een inkeping boven de neus zodat de belijning is onderbroken. De oren zijn aan de basis ook wat smal. De tekeningen 2 en 4 kunnen naar ik hoop enig idee geven van wat ik hierboven bedoelde met de kussentjes boven de ogen. Ik hoop dar het mij gelukt is met deze beschrijving een indruk te geven van de ideale kop van de NHD. Laten we er naar blijven streven het door ons gestelde doel

 

te bereiken, een echte dwerg in een gewicht van 1.25 tot 1.50 kg met zijn aantrekkelijke eigenschappen, Ik hoop dat er dit jaar veel goede hangoortjes gefokt zullen worden, want er is zo ontzettend veel vraag naar deze troeteldiertjes en we zouden toch niets liever willen dan aan de grote vraag naar goede fokdieren te voldoen. Zo lang de kopers het moeten doen met het uitschot waarmee de markt nog steeds wordt overstroomd zullen we blijven zitten met een doorsnee kwaliteit en dat is niet in het belang van het ras.

Zoals vermeldt is dit uit het clubbladen archief en geschreven/ door wijlen Adr. deCock